(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "LJN-BJ6941"

LJN: BJ6941, Hoge Raad , 08/01253 Print uitspraak 

Datum uitspraak: 03- 1 1 -2009 

Datum publicatie: 04-11-2009 

Rechtsgebied: Straf 

Soort procedure: Cassatie 

Inhoudsindicatie: OM-cassatie. Art. 359.2 Sv. U.o.s. Hetgeen door de AG bij het Hof is 
aangevoerd omtrent het beledigend karakter van de in de til. genoemde 
afbeeldingen kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een 
standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een 
ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof naar voren is 
gebracht. Het Hof is in zijn arrest van dit uitdrukkelijk onderbouwde 
standpunt afgeweken door verdachte t.z.v. het til. vrij te spreken op de 
grond dat die afbeeldingen "in dit geval" het vereiste beledigende karakter 
ontberen, maar heeft - in strijd met art. 359.2 Sv - niet in het bijzonder de 
redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat verzuim heeft ingevolge 
art. 359.8 Sv nietigheid tot gevolg. 

Vindplaats(en): NJ 2009, 555 
Rechtspraak.nl 
RvdW2009, 1315 



Uitspraak 

3 november 2009 
Strafkamer 
nr. 08/01253 

Hoge Raad der Nederlanden 

Arrest 

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 mei 
2007, nummer 22/003691-06, in de strafzaak tegen: 

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, ten tijde van de betekening 
van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Vught, 
locatie Nieuw Vosseveld" te Vught. 

1 . Geding in cassatie 

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een 

middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel 

uit. 

De Advocaat-Generaal Jorg heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en 

tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde opnieuw te 

worden berecht en afgedaan. 

2. Beoordeling van het middel 

2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid, Sv heeft 



nagelaten in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het 
uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van het Openbaar Ministerie dat de in de tenlastelegging 
opgesomde symbolen op zichzelf dan wel in combinatie met elkaar een beledigend karakter 
hebben. 

2.2. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 

"hij in of omstreeks de nacht van 5 op 6 mei 2005 te Zoetermeer, zich in het openbaar op de 

Van der Hagenstraat, zijnde een openbare weg, bij afbeelding(en), opzettelijk beledigend heeft 

uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden en/of Moslims, wegens hun ras en/of 

geloofsovertuiging, door opzettelijk beledigend die afbeelding(en), zijnde 

een Keltisch kruis en/of 

een IJzeren kruis met de afbeelding van een Jodenster en/of 

twee, althans een, SS-Totenkopf(en) en/of 

een white power fist en/of 

twee, althans een, Keltisch(e) krui(s)(zen) tegen een rood/witte achtergrond en/of 

een Wolfsangel en/of 

een IJzeren kruis tegen een rood/witte achtergrond en/of 

een rood/wit/blauw vlaggetje met daarin de tekst HOLLAND en/of 

een oorlogsvlag van het Duitse Rijk met (in het midden van die vlag) een adelaar en/of (in die 

vlag) een IJzeren kruis tegen een zwart/wit/rode achtergrond en/of 

een zwart embleem met daarop een Germanenhelm en/of de witte cijfers 14 en 88 en/of de 

witte tekst Skrewdriver als ring(en) aan zijn, verdachtes, vinger(s) te dragen en/of als 

speldje(s) en/of vlaggetje(s) en/of als emble(e)m(en) op zijn, verdachtes, (bomber)jack te 

dragen." 

2.3. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de Advocaat-Generaal bij het Hof overeenkomstig 
de inhoud van haar aldaar overgelegde schriftelijke requisitoir het woord gevoerd. Dat 
requisitoir houdt onder meer in: 

"De uitspraak van de PR tot vrijspraak is onbegrijpelijk omdat 

(...) 

2. Het gaat wel degelijk om symbolen die op grond van feiten van algemene bekendheid als 

beledigend over een bepaalde groep mensen worden ervaren (bij het grote publiek). 

Verbalisanten moesten slechts verifieren of de tekens waren toegestaan omdat ze (soms) alleen 

in een bepaalde samenhang strafbaar zijn (zie bijlage, bij dit requisitoir gevoegd, van het LBR 

(www.lbr.nl) met een overzicht van de tekens). 

Toelichting: 

(...) 

Belediging 

Het afbeelden van bijvoorbeeld een hakenkruis is beledigend voor een groep mensen. Het is 

niet alleen een belediging voor Joodse mensen, maar ook voor alien die vanuit hun 

levensovertuiging de ideologie van het nationaalsocialisme verwerpen. Het uitdragen van een 

hakenkruis valt echter onder 137c als het een belediging is over een groep mensen. Het moet 

blijken dat een groep in diskrediet wordt gebracht. De Joden worden in ieder geval als groep in 

diskrediet gebracht als met de afbeelding van het hakenkruis het nationaalsocialistisch 

gedachtegoed wordt uitgedragen (zie de uitspraak van de Hoge Raad hieronder). 

HR 21 februari 1995, NJ 1995, 452 

De Hoge Raad heeft een veroordeling in stand gelaten voor artikel 137c. Het ging om een 

verdachte die tijdens een demonstratie van de SA. Storm Groningen een rode armband droeg 

met een hakenkruis erop. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof op goede gronden heeft 

vastgesteld dat de verdachte de armband droeg met de bedoeling het gedachtegoed van het 



nationaalsocialisme uit te dragen. "Aangezien (...) de nationaal-socialistische ideologic zich bij 

uitstek kenmerkt door rassenleer en antisemitisme en in de tweede wereldoorlog op grond van 

die ideologic de Joden in Europa zijn vervolgd en op grote schaal zijn vermoord, is het dragen 

van het hakenkruis, als in de bewezenverklaring omschreven, met de door het Hof vastgestelde 

bedoeling als voormeld, op zich zelve een uitlating bij afbeelding die beledigend is voor Joden 

"wegens hun ras", als strafbaar is gesteld bij art. 137c Sr."(104) 

Gebruik van symbolen 

Er is geen enkel symbool, zelfs niet het hakenkruis, dat op zichzelf strafbaar is op grond van 

een van de discriminatieartikelen. Uit de hierboven aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad 

blijkt dat het hakenkruis beledigend is over een groep als daarmee het nationaal-socialistisch 

gedachtegoed wordt uitgedragen. Datzelfde geldt voor andere symbolen die aan het nazi- 

gedachtegoed kan worden gerelateerd, zoals bijvoorbeeld SS-tekens. Bij het ene nazi-symbool 

zal echter eerder duidelijk zijn dat het nationaalsocialistisch gedachtegoed wordt uitgedragen 

dan het andere. 

Voor de symbolen die ontstaan zijn in de nazitijd, bijvoorbeeld het SS-teken, geldt, dat het 

nationaalsocialistisch gedachtegoed bijna per definitie wordt uitgedragen. Het opzettelijk 

tonen van dit teken is al voldoende voor het uitdragen van het nazistisch gedachtegoed. De SS 

stond immers voor de vernietiging en uitroeiing van de tegenstanders van het naziregime, met 

name joden, zigeuners en homoseksuelen. 

Het hakenkruis bestond echter al voor de nazitijd als een teken met een heel andere, 

agressieloze betekenis. Daarom is, in vergelijking met het SS-teken, meer nodig om te spreken 

van het uitdragen van een bepaald gedachtegoed. 

Voor andere dan nazi-symbolen geldt dat het gebruik van een symbool door de context 

strafbaarheid kan opleveren, als het een belediging over een groep is. 

Het white-power symbool of Keltisch kruis, zegt bijvoorbeeld op zichzelf weinig over een 

bepaalde groep. Het Hof Den Bosch (Hof Den Bosch 1 1-10-2004, LJN AR3683) veroordeelde 

een verdachte voor het aanplakken van stickers met dit symbool op lantaarnpalen. Bij de 

stickers zijn echter teksten geschreven als: "Nationalistische Jongeren Brabant" en "Wij geven 

wel om ons vaderland!" en "De wereld is van iedereen, maar Nederland is dat niet" en "Laat 

de fabrieksbazen betalen voor de remigratie van hun gastarbeiders". In de bewezenverklaring 

zijn naast het gebruik van het Keltisch kruis, leuzen opgenomen. 

-> De in casu door verdachte openlijk gedragen symbolen geven op zichzelf (SS totenkopf en 

wolfsangel) of in combinatie met elkaar (white power teken en de overige in de 

tenlastelegging genoemde tekens) uiting aan rechts-extreem gedachtegoed. De symbolen 

verwijzen naar het Germaanse Rijk van Adolf Hitler en de suprematie van het blanke ras 

(white power = keltisch kruis). 

(...) 

Kwalificatie 

Discriminatie, art. 137c Sr 

(...)" 

2.4. Het Hof heeft de verdachte van het tenlastegelegde vrijgesproken en daartoe het volgende 
overwogen: 

"Naar het oordeel van het hof ontberen de tenlastegelegde afbeeldingen in dit geval het 
vereiste beledigende karakter zodat reeds op die grond niet wettig en overtuigend bewezen kan 
worden hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd. De verdachte behoort daarvan dan ook te 
worden vrijgesproken." 

2.5. Hetgeen door de Advocaat-Generaal bij het Hof ter terechtzitting in hoger beroep is 
aangevoerd omtrent het beledigend karakter van de in de tenlastelegging genoemde 



afbeeldingen kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door 
argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het 
Hof naar voren is gebracht. Het Hof is in zijn arrest van dit uitdrukkelijk onderbouwde 
standpunt afgeweken door de verdachte ter zake van het tenlastegelegde vrij te spreken op de 
grond dat die afbeeldingen "in dit geval" het vereiste beledigende karakter ontberen, maar 
heeft - in strijd met art. 359, tweede lid, Sv - niet in het bijzonder de redenen opgegeven die 
daartoe hebben geleid. Dat verzuim heeft ingevolge art. 359, achtste lid, Sv nietigheid tot 
gevolg. 

2.6. Het middel is terecht voorgesteld. 

3. Slotsom 

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven 
en als volgt moet worden beslist. 

4. Beslissing 

De Hoge Raad: 

vernietigt de bestreden uitspraak; 

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande 

hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan. 

Dit arrest is gewezen door de vice-president A. J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren 
H.A.G. Splinter-van Kan en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. 
Okker-Braber, en uitgesproken op 3 november 2009. 

Conclusie 

Nr. S 08/01253 

Mr Jorg 

Zitting 1 September 2009 

Conclusie inzake: 

[Verdachte] 

1. Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte bij arrest van 23 mei 2007 vrijgesproken 
van de tenlastegelegde belediging van een groep mensen. Voorts heeft het hof de teruggave 
gelast van de inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander zoals in het arrest staat vermeld. 

2. Namens het openbaar ministerie heeft mr. L. Plas, advocaat-generaal bij het gerechtshof te 
's-Gravenhage, een schriftuur 

ingezonden houdende een middel van cassatie. 

3. Het middel klaagt dat het hof is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van 
de advocaat-generaal, inhoudende dat de in de tenlastelegging opgesomde symbolen op 
zichzelf dan wel in combinatie met elkaar uiting geven aan rechts-extreem gedachtegoed en 
een beledigend karakter hebben, doch niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die tot 
deze daarvan afwijkende beslissing hebben geleid. 



4. Blijkens het bestreden arrest is aan verdachte (na wijziging) ten laste gelegd dat: 

"hij in of omstreeks de nacht van 5 op 6 mei 2005 te Zoetermeer, zich in het openbaar op de 

Van der Hagenstraat, zijnde een openbare weg, bij afbeelding(en), opzettelijk beledigend heeft 

uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden en/of Moslims, wegens hun ras en/of 

geloofsovertuiging, door opzettelijk beledigend die afbeelding(en), zijnde 

een Keltisch kruis en/of 

een IJzeren kruis met de afbeelding van een Jodenster en/of 

twee, althans een, SS-Totenkopf(en) en/of 

een white power fist en/of 

twee, althans een, Keltisch(e) krui(s)(zen) tegen een rood/witte achtergrond en/of 

een Wolfsangel en/of 

een IJzeren kruis tegen een rood/witte achtergrond en/of 

een rood/wit/blauw vlaggetje met daarin de tekst HOLLAND en/of 

een oorlogsvlag van het Duitse Rijk met (in het midden van die vlag) een adelaar en/of (in die 

vlag) een IJzeren kruis tegen een zwart/wit/rode achtergrond en/of 

een zwart embleem met daarop een Germanenhelm en/of de witte cijfers 14 en 88 en/of de 

witte tekst Skrewdriver 

als ring(en) aan zijn, verdachtes, vinger(s) te dragen en/of als speldje(s) en/of vlaggetje(s) 
en/of als emble(e)m(en) op zijn, verdachtes, (bomber )jack te dragen." 

5. Het hof heeft de vrijspraak als volgt gemotiveerd: 

"Naar het oordeel van het hof ontberen de tenlastegelegde afbeeldingen in dit geval het 
vereiste beledigende karakter zodat reeds op die grond niet wettig en overtuigend bewezen kan 
worden hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd. De verdachte behoort daarvan dan ook te 
worden vrijgesproken." 

6. Blijkens het proces-verbaal terechtzitting d.d. 9 mei 2007 heeft de advocaat-generaal het 
woord gevoerd overeenkomstig haar aan het hof overgelegde en aan dat proces-verbaal 
gehechte requisitoir. Dat schriftelijk requisitoir houdt - voor zover hier van belang - het 
volgende in: 

"De uitspraak van de PR tot vrijspraak is onbegrijpelijk omdat 

1. Verdachte de tekens openlijk heeft gedragen. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij de 
speldjes op zijn jas droeg en de ringen aan zijn handen. Verbalisanten herkenden zowel op de 
jas als op de ringen van verdachte tekens, die geassocieerd konden worden met extreem- 
rechts. Dat blijkt ook uit de foto's van de jas die in het p-v zitten. 

2. Het gaat wel degelijk om symbolen die op grond van feiten van algemene bekendheid als 
beledigend over een bepaalde groep mensen worden ervaren (bij het grote publiek). 
Verbalisanten moesten slechts verifieren of de tekens waren toegestaan omdat ze (soms) alleen 
in een bepaalde samenhang strafbaar zijn (zie bijlage, bij dit requisitoir gevoegd, van het LBR 
(www.lbr.nl) met een overzicht van de tekens). 

Toelichting: 

Art. 137c Sr vereist zich opzettelijk beledigend uiten over een groep mensen wegens hun ras, 
hun godsdienst of levensovertuiging, enz. in het openbaar. 

Openbaar 

Het zich beledigend uitlaten over een groep als bedoeld in artikel 137c is alleen strafbaar als 



de uitlating in het openbaar is gedaan. De functie van het bestanddeel 'in het openbaar' wordt 
op een duidelijke wijze weergegeven door de minister van Justitie tijdens de parlementaire 
behandeling van een wetswijziging van onder andere artikel 137c. De minister stelt: "Hoe 
verwerpelijk racistische uitlatingen ook mogen zijn, het heeft geen zin die, voor zover ze strikt 
in de prive-sfeer zijn gedaan, strafbaar te stellen. (...) maar ook overspant men de boog van de 
strafrechtelijke aansprakelijkheid indien men uitingen van gedachten en gevoelens die niet in 
de openbaarheid zijn gedaan zou willen vervolgen."(63) 

Voor de invulling van het bestanddeel 'in het openbaar' kan aansluiting gezocht worden in de 
jurisprudentie, literatuur en wetgevingsgeschiedenis van de artikelen 131, 133 en 137d Sr. 
Deze artikelen zijn, evenals artikel 137c, onderdeel van titel V van het Wetboek van 
Strafrecht, in deze titel zijn feiten strafbaar gesteld om de openbare orde, het maatschappelijk 
leven, te beschermen. 

Het bestanddeel 'in het openbaar' heeft in deze artikelen dezelfde betekenis, namelijk het 
weergeven van het publieke karakter. Ook in artikel 266 Sr, de eenvoudige belediging, komt 
het bestanddeel in het 'openbaar' voor. Aangenomen wordt dat dit, in grote lijnen, dezelfde 
betekenis heeft als de openbaarheid in artikel 131 Sr. 

Conclusie AG Wortel (HR 29-05-2001, LJN AB1817, onder 15 en 16): "In het openbaar (in 
art 131 Sr) betekent: onder zodanige omstandigheden en op zodanige wijze, dat zij door het 
publiek kunnen worden gezien". (Van 'gehoord' heb ik 'gezien' gemaakt, AG). En: ... "indien 
de gerede mogelijkheid bestaat, dat ze door andere personen dan door behorend tot een 
besloten kring worden opgevangen". 

De term 'publiek' is aan te duiden als een groep personen van 'buiten'. Worden er 
discriminerende uitlatingen gedaan binnen een besloten kring, dan gelden deze niet als in het 
openbaar gedaan. Per geval moet beoordeeld worden of degenen die de uitlatingen hebben 
kunnen horen publiek zijn of horen bij een besloten kring. De leden van een politieke partij 
kunnen bijvoorbeeld worden beschouwd ais een besloten kring. Zijn er echter bij een 
bijeenkomst van zo'n groep journalisten aanwezig of andere mensen van 'buiten', dan zijn de 
uitlatingen wel gedaan in het openbaar. Discriminerende uitlatingen toesturen naar meerdere 
personen is alleen strafbaar als de geadresseerden geen besloten kring vormen. 

Het criterium is dus of het publiek de uitlatingen heeft kunnen vernemen en niet of de 
uitlatingen op een openbare plaats daadwerkelijk zijn vernomen. 

In casu: 

--> Verdachte bevond zich op de openbare weg (zie proces-verbaal p. 3, 3e alinea). 

--> Er waren journalisten aanwezig (krantenartikel in dossier). 

— > De verbalisant, die verdachte aanhoudt, was belast met toezicht op de openbare weg, de 

Hagenstraat in Zoetermeer. Hij zag (onder meer de latere verdachte) personen richting de 

Blokhut lopen. 

--> Verdachte verklaart bij aankomst bij het feest (van rechts-extremisten, proces-verbaal p. 

19, le regel), de auto geparkeerd te hebben en naar het feest in het van Tuyllpark te zijn 

gelopen (proces-verbaal p. 19, 3e alinea). 

Belediging 

Het afbeelden van bijvoorbeeld een hakenkruis is beledigend voor een groep mensen. Het is 
niet alleen een belediging voor Joodse mensen, maar ook voor alien die vanuit hun 



levensovertuiging de ideologic van het nationaal-socialisme verwerpen. Het uitdragen van een 
hakenkruis valt echter onder 137c als het een belediging is over een groep mensen. Het moet 
blijken dat een groep in diskrediet wordt gebracht. De Joden worden in ieder geval als groep in 
diskrediet gebracht als met de afbeelding van het hakenkruis het nationaal-socialistisch 
gedachtegoed wordt uitgedragen (zie de uitspraak van de Hoge Raad hieronder). 

HR 21 februari 1995, NJ 1995, 452 

De Hoge Raad heeft een veroordeling in stand gelaten voor artikel 137c. Het ging om een 
verdachte die tijdens een demonstratie van de S.A. Storm Groningen een rode armband droeg 
met een hakenkruis erop. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof op goede gronden heeft 
vastgesteld dat de verdachte de armband droeg met de bedoeling het gedachtegoed van het 
nationaal-socialisme uit te dragen. "Aangezien (...) de nationaal-socialistische ideologic zich 
bij uitstek kenmerkt door rassenleer en antisemitisme en in de tweede wereldoorlog op grond 
van die ideologic de Joden in Europa zijn vervolgd en op grote schaal zijn vermoord, is het 
dragen van het hakenkruis, als in de bewezenverklaring omschreven, met de door het Hof 
vastgestelde bedoeling als voormeld, op zich zelve een uitlating bij afbeelding die beledigend 
is voor Joden 'wegens hun ras', als strafbaar is gesteld bij art. 137c Sr."(104) 

Gebruik van symbolen 

Er is geen enkel symbool, zelfs niet het hakenkruis, dat op zichzelf strafbaar is op grond van 
een van de discriminatieartikelen. Uit de hierboven aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad 
blijkt dat het hakenkruis beledigend is over een groep als daarmee het nationaal-socialistisch 
gedachtegoed wordt uitgedragen. Datzelfde geldt voor andere symbolen die aan het nazi- 
gedachtegoed kan worden gerelateerd, zoals bijvoorbeeld SS-tekens. Bij het ene nazi-symbool 
zal echter eerder duidelijk zijn dat het nationaal-socialistisch gedachtegoed wordt uitgedragen 
dan het andere. 

Voor de symbolen die ontstaan zijn in de nazi-tijd, bijvoorbeeld het SS-teken, geldt, dat het 
nationaal-socialistisch gedachtegoed bijna per definitie wordt uitgedragen. Het opzettelijk 
tonen van dit teken is al voldoende voor het uitdragen van het nazistisch gedachtegoed. De SS 
stond immers voor de vernietiging en uitroeiing van de tegenstanders van het naziregime, met 
name joden, zigeuners en homoseksuelen. 

Het hakenkruis bestond echter al voor de nazi-tijd als een teken met een heel andere, 
agressieloze betekenis. Daarom is, in vergelijking met het SS-teken, meer nodig om te spreken 
van het uitdragen van een bepaald gedachtegoed. 

Voor andere dan nazi-symbolen geldt dat het gebruik van een symbool door de context 
strafbaarheid kan opleveren, als het een belediging over een groep is. 
Het white-power symbool of Keltisch kruis, zegt bijvoorbeeld op zichzelf weinig over een 
bepaalde groep. Het Hof Den Bosch (Hof Den Bosch 1 1-10-2004, LJN AR3683) veroordeelde 
een verdachte voor het aanplakken van stickers met dit symbool op lantaarnpalen. Bij de 
stickers zijn echter teksten geschreven als: "Nationalistische Jongeren Brabant" en "Wij geven 
wel om ons vaderland!" en "De wereld is van iedereen, maar Nederland is dat niet" en "Laat 
de fabrieksbazen betalen voor de remigratie van hun gastarbeiders". In de bewezenverklaring 
zijn naast het gebruik van het Keltisch kruis, leuzen opgenomen. 

--> De in casu door verdachte openlijk gedragen symbolen geven op zichzelf (SS totenkopf en 
wolfsangel) of in combinatie met elkaar (white power teken en de overige in de 
tenlastelegging genoemde tekens) uiting aan rechts-extreem gedachtegoed. De symbolen 
verwijzen naar het Germaanse Rijk van Adolf Hitler en de suprematie van het blanke ras 
(white power=keltisch kruis). 



Opzet 

Hoewel het delictsbestanddeel opzet na het bestanddeel 'in het openbaar' is opgenomen, moet 
het opzet van verdachte op de openbaarheid ook bewezen worden. De opzet van de verdachte 
moet er op zijn gericht dat zijn uitlatingen ter kennis van het publiek komen. Ook 
voorwaardelijk opzet op de openbaarheid is voldoende: zich willens en wetens blootstellen aan 
de aanmerkelijke kans dat de uitlatingen ter kennis van het publiek komen. 

De bedoeling van de verdachte hoeft niet aantoonbaar gericht te zijn geweest op de belediging 
van de groep. Het oogmerk hoeft niet bewezen te worden: het opzet is aanwezig als de dader 
het beledigende karakter van de gebruikte uitdrukkingen noodzakelijkerwijs moet hebben 
begrepen, zo oordeelde de Hoge Raad (HR NJ 1953/318). Daarmee werd definitief afstand 
gedaan van de idee dat voor een veroordeling van discriminatie het oogmerk van de verdachte 
op de belediging van de groep bewezen moet worden. 

--> Verdachte droeg deze symbolen op een openbare bijeenkomst van neo-nazi's; op grond van 
dit feit en gelet op zijn verklaring dat hij wenst uit te dragen, dat hij tegen moslims is blijkt dat 
verdachte ook daadwerkelijk de bedoeling had het rechts-extremistisch gedachtegoed uit te 
dragen (zie hiervoor HR NJ 1995/452), waarmee aan het opzetvereiste is voldaan. 

7. Hetgeen door de advocaat-generaal bij het hof ter terechtzitting in hoger beroep is 
aangevoerd met betrekking tot het beledigende karakter van de in de tenlastelegging 
opgesomde symbolen kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat 
duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten 
overstaan van het hof naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft immers in haar 
requisitoir, met name onder het kopje 'belediging', uitdrukkelijk onderbouwd waarom deze 
symbolen op zichzelf dan wel in combinatie met elkaar een beledigend karakter hebben. Het 
hof is in zijn arrest van dit uitdrukkelijk onderbouwd standpunt afgeweken door te oordelen 
dat de tenlastegelegde afbeeldingen in dit geval het vereiste beledigende karakter ontberen en 
verdachte van de belediging vrij te spreken, maar heeft - in strijd met art. 359, tweede lid, Sv - 
niet in het bijzonder de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid: waarom in dit geval 
niet? Dat verzuim heeft ingevolge art. 359, achtste lid, Sv nietigheid tot gevolg (HR 1 1 april 
2006, NJ 2006, 393). 

8. Het middel is terecht voorgesteld. 

9. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen 
heb ik niet aangetroffen. 

10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, tot terugwijzing van de zaak 
naar het gerechtshof te 's-Gravenhage, teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan. 

De Procureur-Generaal 

bij de Hoge Raad der Nederlanden 

A-G